dinsdag 18 september 2007

But stone preserved the memory


De vraag van John Carey, 'What good are the arts?', wordt extra prangend als je rondloopt in het ervaringskunstwerk waarmee de vermoorde joden in Europa worden herdacht. Ernaar kijken, vanaf de zijlijn, heeft geen zin. Je moet erin. Dan merk je dat de geluiden van Berlijn verdwijnen. Je raakt omringd door steeds hogere loodgrijze wanden, verliest het zicht op zelfs de daken. De lucht wordt net zo smal als de nauwe gang die je volgt.

Af en toe zie je een man of vrouw, op een kruispunt van spelonken verderop. Maar meteen is die ook weer verdwenen. In dit grote rasterwerk ben je samen met anderen die ook alleen zijn. Behalve als je verstoppertje speelt. Een groepje scholieren benutte die mogelijkheid, maar zonder veel enthousiasme.

Na mijn bezoek aan het monument ging ik naar David Schidlowsky. Zijn biografie van 1400 pagina's over Neruda bevat alleen feiten die te staven zijn met documenten. Duizenden noten laten zien welke bronnen hij gebruikte en hij onthoudt zich op papier nadrukkelijk van speculatie. Als hij boven een pot thee soms even een vermoeden uit, geeft hij dat zorgvuldig aan, in een mondelinge voetnoot. Toch werd hij ervan beschuldigd Neruda in diskrediet te willen brengen en een haatcampagne te voeren. Verdragen dat een groot dichter een mens was: het valt kennelijk niet mee.

Ik vertrok met nieuwe feiten, die aanleiding geven tot veel speculatie. Anders dan Schidlowsky zal ik mij daar niet van onthouden. Sterker nog: speculeren en fabuleren is mijn vak. De gegevens die ik heb laten bovendien verschillende interpretaties toe. Ik zal dus keuzes moeten maken, wil ik een roman gaan schrijven. Maar geen scherpe keuzes. Er moet ruimte blijven voor dat ongemakkelijke gevoel: ambivalentie.

Morgen of overmorgen zie ik Schidlowsky nog een keer. Vrijdag kan hij niet: dan is het Yom Kippoer en gaat hij naar de synagoge. Synagoges en joodse restaurants worden hier permanent bewaakt, maar niet, zoals hij zei, tegen neonazi's. De goudglanzende koepel van de synagoge aan de Oranienburgstrasse leek even, toen ik hem voor het eerst zag, een symbool van hoop. Maar beneden op straat patrouilleren politiemensen. Hoop die niet vermengd is met vrees bestaat kennelijk al evenmin als een dichter zonder menselijke zwakheid.

Toch laat ik de menselijke dichter hier aan het woord. Wie anders moet er spreken? Neruda geeft iets weer van wat ik vandaag beleefde toen ik tussen de loodgrijze wanden van het holocaustmonument rondliep. Vreemd genoeg heet het gedicht dat ik aanroep bij de vernietiging 'The creation'. De ambivalentie van poezie biedt daarvoor gelukkig ruimte.

Maar ook dan kunnen gedichten en belevenissen elkaar nooit echt naderen: ze behoren tot verschillende dimensies. Want John Carey zegt terecht dat de diepste emoties niet, zoals wel wordt beweerd door Liefhebbers Van Kunst, worden beleefd door een boek te lezen of een opera te zien, maar in het leven zelf. 'If audiences really felt 'emotional torment' [...] no one would buy tickets. Emotional torment is what you feel if your child has borrowed the car, is hours late getting back, and cannot be reached on his or her mobile. It is a horrible experience and no one would willingly undergo it.'

Ik voel mij niet schuldig dat ik vandaag bij het monument een onbehagen voelde, en niet meer dan dat. Sterker nog: ik prijs mij gelukkig. Ook deze woorden van Neruda kunnen niet meer dan een echo zijn:

[...]

in the great solitude
a howl began,
something rolled crying,
the shadows half-opened, rising alone
as if the planets sobbed
and then the echo
rolled, tumbling and tumbling
until what was born was silent.

But stone preserved the memory.

[...]

2 opmerkingen:

ivo zei

Een foto die het inlijsten waard is. Ik ben daar jaren geleden geweest, en ook toen speelden kinderen verstoppertje.
(Mooi hoor, deze blog.)

pauline zei

Ja, dat verstoppertje spelen: het is als het lachen en drinken op een begrafenis. Soms denk je 'mag dat wel', maar het is ook een prettige reminder dat het leven doorgaat (totdat het ophoudt, natuurlijk). Hoor graag nog eens jouw Berlijnse ervaringen, Ivo. Bijvoorbeeld boven een bordje balkenbrij!